Gelukkig Werken volgens Herman Wijffels

Standaard

cb111010_061.tifProf. dr. Herman Wijffels (1942) is als hoogleraar Duurzaamheid en Maatschappelijke Verandering verbonden aan het Utrecht Sustainability Institute (USI) van de Universiteit Utrecht. Tijdens zijn loopbaan bekleedde hij diverse vooraanstaande functies waaronder voorzitter van de hoofddirectie van Rabobank Nederland, voorzitter van de Sociaal-Economische Raad (SER) en Nederlandse bewindvoerder bij de Wereldbank in Washington. (foto: Charlotte Bogaert)

Wat verstaat u onder gelukkig werken?
In mijn denken probeer ik altijd de vraag te beantwoorden: wat is nou de finaliteit der dingen? Wat is het uiteindelijke doel waar we naar streven? Het meest hanteerbare begrip dat ik daarover wereldwijd tegenkom is menselijke waardigheid. De hele manier waarop we leven is een groot project ter bevordering van de menselijke waardigheid. Dan kom je vervolgens bij de vraag: wat is dat dan? Mijn invulling zou zijn, dat alle mensen zodanig kunnen leven dat ze hun volle potentie ontwikkelen. En al doende een zinvolle bijdrage leveren aan het functioneren van de samenleving. Je komt op de wereld als een bundeltje potentie. Het leven is in zekere zin een opdracht om die potentie zo ver mogelijk te ontwikkelen. De enige manier om dat te doen, is om in interactie met andere mensen en je omgeving een bijdrage te leveren aan het functioneren van die omgeving.
Gelukkig werken is – in het perspectief van de finaliteit der dingen – jezelf naar jouw mogelijkheden ontwikkelen en met die mogelijkheden jouw bijdrage leveren aan het functioneren van de samenleving. Dat is de samenleving in allerlei vormen: de familie waartoe je behoort, de organisatie waarin je werkzaam bent en de samenleving in algemene zin.

Is gelukkig werken maakbaar?
Je kunt omstandigheden creëren waarin gelukkig werken wordt bevorderd. De meeste organisaties zijn nog steeds piramidaal gestructureerd. Dat betekent dat het gros van de mensen functioneert in een context waarin ze vooral opdrachten van anderen uitvoeren. Anderen bepalen wat zij al of niet mogen doen. De ruimte om naar eigen inzicht te werken, is in dit soort organisaties beperkt. Dit hindert mensen in gelukkig werken.
Mijn theorie is dat veel mensen naar hun werk gaan in de wetenschap dat hun volledige potentie daar niet gewenst is. Mensen krijgen eigenlijk in dat soort organisaties de boodschap mee: “Als je naar je werk komt, dan kun je beter de helft van jezelf thuis laten want dat hebben we hier niet nodig.” Daar word je niet gelukkig van!

pyramids

Voorbij Stachanov en Taylor
De organisaties van gisteren – de piramides – passen niet meer bij de mensen van nu en zeker niet bij de mensen van morgen. Dat is een gevolg van het feit dat de mensen van nu op basis van een ander bewustzijn opereren, dan 100 jaar geleden. Toen waren er op de arbeidsmarkt maar weinig mensen met een behoorlijke opleiding. Dus de weinigen die dat wel hadden werden in de top van de piramide gezet en maakten structuren, waardoor velen uitvoerden wat zij hadden bedacht. Dat was toen een efficiënte manier van organiseren. Maar inmiddels zijn we 100 jaar verder, voorbij Stachanov en Taylor. We hebben 100 jaar geïnvesteerd in de opleiding van mensen. We hebben enorme emancipatieprojecten uitgevoerd. Het bewustzijn van mensen – met name over hun individualiteit – is enorm toegenomen. We hebben inmiddels een situatie waarin bijna iedereen een behoorlijke opleiding heeft. Vaak ook een opleiding die hem of haar geschikt maakt om zich op een specifiek onderdeel te specialiseren. Veel van onze organisaties staan echter nog in de oude stand. Maar de mensen van nu, zijn niet meer de mensen van toen. Er zit een enorme mismatch tussen de manier waarop we georganiseerd zijn (nog) – volgens de beginselen van de industriële maatschappij – en de geëmancipeerde wereld met behoorlijk opgeleide mensen die inmiddels zelf potentie hebben om dingen te beoordelen.

Dit is een onderdeel van het interview dat arbeids- en organisatiepsycholoog Erwin Klappe met Herman Wijffels voerde voor zijn boek Florerende Leiders (in 2015 verwacht). In dit boek vertellen dé gezichten van de positieve psychologie over hun (visie op) bevlogenheid en geluk in werk.

Ons werk is theater!

Standaard

Mark dMark de Jonge Jong deed tijdens zijn studie Culturele Antropologie veldwerk in Senegal. In een dorpje kwamen mensen naar hem toe met medische klachten. “Die is blank dus dokter”, dacht men. In werkelijkheid kon hij alleen maar een paracetamolletje uitdelen. Mark nam zichzelf voor dat indien hij ooit zou terugkeren, hij meer te bieden zou hebben. Daarop besloot hij verpleegkundige te worden. Inmiddels combineert hij dit werk met zijn trainingswerk in de gezondheidszorg. Dit blijkt een gouden combinatie te zijn. Zijn humor en feeling met de beroepsgroep (hij kan in de wij-vorm praten), maken hem een graag geziene trainer in de ziekenhuiswereld. Wat is het geheim van deze florerende trainer én verpleegkundige?

Wat versta jij onder gelukkig werken?
Dat is werk waar je je op verheugt. Werk waar je misschien lichamelijk en geestelijk moe, maar tegelijkertijd opgeladen van naar huis fietst. Al kan dat natuurlijk ook wel eens een dag anders zijn. Ik hoor vaak van verpleegkundigen dat zij na hun werk geen energie meer hebben voor wat dan ook. “Dan lig ik alleen nog maar op de bank. Ik verbrand al mijn energie op mijn werk en voor mijn privé heb ik niets meer over.” Zij herstellen onvoldoende na hun werk, worden cynisch of zakken zelfs weg richting een burn-out. Een soort compassiemoeheid. Dat zie je op de werkvloer ontstaan. Mijn advies zou zijn: zorg allereerst goed voor jezelf, praat over wat je dwarszit en geniet van kleine dingen. Die kleine dingen, bijvoorbeeld even iemands haar kammen, maken voor de patiënt het verschil en je krijgt er meteen iets moois voor terug waar jij ook weer mee verder kan.

Is gelukkig werken maakbaar?
Er zijn volgens mij drie elementen die de maakbaarheid van gelukkig werken bepalen.

1)      Zelfreflectie
De essentie van gelukkig werken in de zorg op dit moment, is dat je het vooral zelf moet doen. Autonoom werken. Dat wordt weleens in het extreme doorgetrokken. De leidinggevende vraagt wanneer je een klacht of overbelasting aangeeft, snel wat je er zelf aan kunt doen. Daar lopen verpleegkundigen op leeg. Zij vinden het moeilijk om kritisch naar hun eigen gedrag te kijken. En dat is ook best lastig. Als het niet goed gaat, hebben we de neiging te wijzen naar de leiding of de werkdruk. Als het wel goed is gegaan, dan ligt het aan onszelf. Wat je natuurlijk hoopt, is dat de verpleegkundige eerst bij zichzelf te rade gaat wanneer het niet goed gaat.

2)      Eigen verantwoordelijkheid
De maakbaarheid van gelukkig werken zit ook in een leven lang leren. We hebben allemaal de beroepscode ondertekend waarin staat dat je zelf verantwoordelijk bent voor het bijhouden van je vak. Als puntje bij paaltje komt, zeggen we: “sorry maar dat moet de organisatie voor ons betalen”. Lees nou eens een boek over je vak! Daar wordt je werk zoveel leuker van. Maar dat moet je wel zelf doen. Het ziekenhuis kan ons niet dwingen om thuis een boek te gaan lezen. Ik zeg wel eens gekscherend ‘we vinden ons werk wel leuk, maar ons vak interesseert ons geen moer’.

3)      Leidinggevende
Gelukkig werken is maakbaar als je een leidinggevende hebt die dat faciliteert, het goede voorbeeld geeft en die dan in staat is om langzamerhand naar de achtergrond te verdwijnen. Een goede manager maakt zichzelf overbodig. Dat zijn mensen die autoriteit uitstralen, zonder autoritair te hoeven zijn. Volgens mij is dat de kunst.

Welke invloed heeft de privésituatie?  
Vier dagdiensten met zware patiënten op bijvoorbeeld de afdeling Maag-Darm-Lever (MDL) chirurgie is geen sinecure. Als je dan thuis een gezin hebt met drie jengelende kinderen en een huwelijk dat misschien niet lekker loopt…. Tja, dan moet en wil ik echt bescheiden zijn om te zeggen dat gelukkig werken maakbaar is. Je kan van dat soort verpleegkundigen niet vragen op hun werk ook creatief te zijn. Zij doen hun werk zo goed als ze kunnen, maar verwacht geen vakliteratuur in hun vrije tijd of werkgroepen.

Welke rol speelt de persoonlijkheid in gelukkig werken?
Er kwam niet zo lang geleden een patiënt naar me toe met een bijzonder compliment. Hij zei: “Ik weet niet wat je doet, maar je bent een verademing.” Volgens mij heb ik dit compliment te danken aan de oprechte aandacht die ik voor patiënten heb. Oogcontact hebben, een beetje doorvragen én samen koffie drinken. Dat laatste punt is ontzettend belangrijk, zelf dus ook even koffie nemen. Daarmee zeg je dat je even de tijd neemt. Het samen een beetje gezellig maakt.
Daarnaast is ons werk theater, zoals Fred Lee zegt in zijn boek Als Disney de baas was in uw ziekenhuis. Dat had ik niet mooier kunnen zeggen. Ik pas perfect thuis in dit theater. Als ik nu een kind was geweest, dan had ik het etiket ADHD opgeplakt gekregen. Ik heb een enorme energie, ben altijd enthousiast en vrolijk op mijn werk. Dat hebben patiënten nodig. Voor collega’s kan dat soms hyper overkomen. Ik vind het best, want voor patiënten straal ik rust en aandacht uit, dat weet ik zeker. Het heeft een functie. Het leuke van theater is, dat als je het goed speelt je er ook veel voor terug krijgt.

Positieve emoties
Als ik de afdeling op stap en ik zie mijn collega’s en patiënten weer, dan denk ik “hè lekker!” Even met zo’n oude dame die al drie weken niet gedoucht heeft, onder de douche en haar haar wassen. In al z’n eenvoud is dat heel prettig om te doen. Ik ben geen boeddhist, maar ik ben altijd onder de indruk van het boeddhisme. Het boeddhisme stelt dat je je niet moet hechten aan een identiteit, je uiterlijk of een baan. Puur leven in het nu en genieten van het kleine. Proberen om in het nu gelukkig te zijn. Zonder hang naar de toekomst of het verleden. Ik probeer dit zoveel mogelijk na te leven. Ik kan ontzettend genieten van een dienst op de afdeling; de chaos en drukte.

Flow
Tijdens mijn trainingswerk, kom ik regelmatig in flow. Dan sta ik boven de stof, kan ik het larderen met allerlei voorbeelden die zo maar uit mijn mouw rollen. Ik kan het dan wat provocatief omdraaien in een humoristisch tegendeel, waar mensen ontzettend om moeten lachen. Dan durf ik geintjes te maken die op het randje zijn. Ik kan ook tijdens mijn werk als verpleegkundige in flow komen, door de ontmoetingen met fantastische mensen in zo’n Amsterdams ziekenhuis. Het is een voorrecht om bijzondere mensen te ontmoeten in hun meest kwetsbare positie.

Positieve werkrelaties
Werkrelaties zijn ontzettend belangrijk. Het gaat daarbij om oprechte en wederzijdse interesse. Ik ben altijd geïnteresseerd in collega’s. Zo vraag ik bijvoorbeeld naar hoe lang ze al gediplomeerd zijn, of ze in Amsterdam wonen, getrouwd zijn, kinderen hebben, er nog ander werk of een studie bij doen. Als collega’s niets terugvragen, dan stop ik er op een gegeven moment mee. Het ligt niet op een weegschaal, maar er moet wel iets terugkomen.

Waarvoor sta je op iedere ochtend?
Ik vind dat de zorg beter kan. Dat we er meer voor de patiënt moeten zijn. We zijn ons er te weinig van bewust wat voor kwetsbare groep die patiënten zijn. We hebben macht over onze patiënten. Verpleegkundigen kunnen de zaal opkomen met een gezicht, waarbij de patiënt meteen denkt “oeps, laat ik maar niet teveel bellen, want hij heeft het druk.” Wij en ook artsen maken als beroepsgroep misbruik van deze macht. De patiënt staat niet centraal. De arts en verpleegkundigen staan centraal. Als de patiënt niet al te veel zeurt, willen we best even luisteren. Maar niet al te lang, want we hebben er nog zes. Mondige patiënten vinden we lastig. Ik denk dat patiënten te kort komen. Dat stoort mij mateloos. Dat we de macht zo misbruiken. Dat we zo weinig van dit leuke werk maken. De oprechte aandacht voor patiënten moet beter, volgens mij is dat mijn roeping.

Waar sta je over 5 jaar?
Daar ben ik op dit moment nog niet over uit. De boeddhistische gedachte geeft me rust: kijk naar nu. Als je de oplossing nu niet weet, laat het rusten. Stap uit de cirkel, kijk er van buiten naar, dan komt de oplossing altijd.

Wat is je advies?
We hebben de komende jaren alle verpleegkundigen en zeker de gespecialiseerd verpleegkundigen hard nodig. De werkdruk zal toenemen door de toevloed van kwetsbare en soms dementerende ouderen, obese patiënten en mensen met kanker. Investeer dus in jezelf. Ga weg wanneer je het gevoel hebt te blijven hangen. Er zijn zoveel afdelingen of specialisaties, waar je gelukkiger wordt en meer tot bloei komt. Gewoon, omdat je het waard bent.

De hordes op weg naar gelukkige verpleegkundigen

Standaard

SONY DSCHugo van der Wedden is medisch socioloog, verpleegkundige en publicist. De rode draad in al zijn werkzaamheden, is het emanciperen van de verpleegkundige beroepsgroep. Wat is zijn visie op gelukkig werken voor verpleegkundigen? Hier volgt een kritische blik van een bevlogen voorvechter van de positie van de verpleging.

 

Wat versta jij onder gelukkig werken?
Gelukkig werken draait om een goede samenwerking. Autonomie en inspraak zijn hiervoor belangrijke voorwaarden. Daarnaast moet het een beetje gezellig zijn én zou ik zeggen: wees een beetje trots op je werk!

Autonomie
Een zekere autonomie is belangrijk voor gelukkig werken. Dit betekent dat je ruimte hebt om invulling aan je werk te geven. Daar lopen we als verpleegkundigen wel eens tegenaan. Dat je soms dingen moet doen waar je niet helemaal achter staat. Bijvoorbeeld hoogbejaarde patiënten reanimeren of sondes inbrengen bij mensen die in jouw beleving stervende zijn. Je bent als verpleegkundige uitvoerder van een beleid, dat een samenspel is tussen artsen, familie en patiënt. Verpleegkundigen vinden het moeilijk om daar grip op te krijgen, om daar invloed op uit te oefenen. Dat maakt ons kwetsbaar.

Grip op werkomstandigheden
Inspraak is een ander belangrijk element van gelukkig werken. Hoeveel patiënten liggen er eigenlijk op mijn afdeling? Kan ik aan hen nog goede zorg verlenen? Als dat niet zo is, kan je dan ook zeggen: “nu even geen nieuwe opname.” Dat is moeilijk. Het wegcijferen van jezelf zit in de verpleegcultuur. We zijn niet de meest assertieve beroepsgroep van Nederland. Dat wordt gevoed door de buitenwereld. Het opgedrongen zelfbeeld van roeping, bescheidenheid en wegcijferen voor de patiënt. Waar de samenleving is veranderd, daar zitten deze deugden de beroepsgroep af en toe wat in de weg. Dit hangt samen met een culturele identiteit die diep geworteld is in zowel de Europese cultuur – hoe mensen tegen verpleging aankijken – als in de beroepsgroep zelf. Het idee van de kloosterorde, waar broeders en zusters vanuit een religieuze roeping voor mensen zorgen is nooit helemaal verdwenen. Dit zien we ook terug in de erkenning voor ons werk. Het is veelal gratuit waardering – “wat goed dat je dat doet!” – in plaats van “hier heb je 200 euro extra op je bankrekening.”

Volwaardige positie
Verplegen betekent samenwerken. Het is heel multidisciplinair. Je werkt samen met je verpleegkundige-collega’s, artsen, fysiotherapeuten, geestelijk verzorgenden en de patiënt. Het is voor verpleegkundigen lastig om daarin een volwaardige positie te krijgen. Het is ook iets dat we onszelf als beroepsgroep aandoen. Enerzijds willen we alles samen doen. Neem de lunchpauze. We wachten met z’n allen op elkaar, samen de lift in, samen eten in het restaurant. Maar als je dan met z’n allen iets moet organiseren, bijvoorbeeld de (te) hoge werkdruk aankaarten op een afdeling. Dan lukt het niet om met de vuist op tafel te slaan. Enerzijds komt dit door angst voor conflict. Belangrijke waarden – orde, rust, regelmaat – komen dan in het gedrang. Daarbinnen past het niet om ruzie met de dokter te gaan maken. Dat druist in tegen alles wat de verpleging eigen is. Anderzijds heeft het te maken met een gebrek aan eenheid. Artsen laten elkaar nooit vallen. Bij verpleegkundigen is het eerder andersom. Ze nemen het niet zo snel voor elkaar op. Dat heb je ook bij Lucia de Berk gezien. Het zijn haar collega’s die haar er hebben bijgelapt. Dit heeft volgens mij te maken met een soort minderwaardigheidscomplex dat in de beroepsgroep zit. Liever in een goed daglicht komen te staan bij de dokter en het afdelingshoofd, dan bij elkaar.

Trots
Om de positie van de verpleging te verbeteren, is het goed om in alle geledingen van de organisatie vertegenwoordigd te zijn. Het liefst wel in een vorm waarbij betrokkenheid met de alledaagse praktijk blijft bestaan. Het is belangrijk dat de verpleegkundige identiteit behouden blijft. Als je als verpleegkundige een miniem stapje in de hiërarchie zet, doe je je uniform uit en ga je achter een bureau zitten. Dat irriteert me. Wees een beetje trots op je werk! Te snel nemen mensen afscheid van de alledaagse praktijk. Dat is voor mij een belangrijke reden om aan het bed te blijven staan. Ik wil daarin het goede voorbeeld geven. Je kunt best carrière maken, zonder afstand te doen van de praktijk. De voorzitter van de Raad van Bestuur van het AMC, Marcel Levi, draait ook gewoon poli. Alle hoogleraren Geneeskunde, zien ook patiënten. In de verpleging zit dat helemaal niet. Een teamleider heeft geen uniform meer aan. Dat is ook heel symbolisch: “ik doe geen handelingen aan het bed meer.” Als je de verpleging wil emanciperen, dan zit dat niet alleen in het aanstellen van een Chief Nursing Officer. Je moet het werk emanciperen. Het verpleegkundig vakgebied. Ondersteunen van wat er op de afdeling gebeurt, mensen de ruimte bieden en zorgen dat de kwaliteit aan het bed blijft staan. Het is prima als er een verpleegkundige in de Raad van Bestuur zit. Als die maandagochtend maar in uniform op de afdeling rondloopt. Waarom niet?

 

De bevlogen verpleegkundige

Standaard

Ethisch nadenken_02 (2)“Je hebt zoveel invloed op  hoe de ander zich voelt. Die invloed moet je goed gebruiken. Daarvoor wil ik strijden.”

Elise van Oppenraaij (29 jaar)
Senior Verpleegkundige
Onze Lieve Vrouwe Gasthuis (OLVG)
Gelukscijfer in werk: 8,5 – 9

(foto: Sascha van Holt)

Elise is een verpleegkundige die met haar neus vooraan wil staan. Een lange weg bracht haar naar een Master in Zorg, Ethiek en Beleid. Zij ontving met haar scriptie de OLVG-publieksprijs. Het begon ooit als leerling-verpleegkundige met de zorg voor één patiënt. Toen al begon ze zichzelf vragen te stellen. Wat voor beleid wordt er op mijn afdeling gevoerd? Welke visie heeft mijn afdelingshoofd? In wat voor ziekenhuis werk ik eigenlijk? Welke invloed heeft de politiek op wat ik bij de patiënt doe? Nu zit ze als lid van het Verpleegkundig Stafconvent regelmatig aan tafel met de Raad van Bestuur. Hoog tijd voor een gesprek met deze florerende verpleegkundige.

Wat versta jij onder gelukkig werken?
Gelukkig werken betekent voor mij dat je met plezier naar je werk gaat. Omdat ik mijn werk leuk vind, doe ik graag iets extra’s. Dit wordt gewaardeerd. Daarnaast zijn leuke collega’s erg belangrijk. Dat is misschien wel 80% van gelukkig werken. Hier heb je zelf invloed op. Ik zoek de mensen met wie ik een klik heb binnen en buiten mijn afdeling op. Het is leuk om met gelijkgestemden af te spreken. We zijn geïnteresseerd in elkaars werk en discussiëren over ons vakgebied.

Is gelukkig werken maakbaar?
Voor mijzelf geldt dit absoluut. Ik heb sterk het gevoel invloed te hebben op mijn werk en mijn leven. Welke keuzes maak je? Neem je verantwoordelijkheid voor deze keuzes? Het gaat dus om de acties die je vanuit jezelf onderneemt. Wie goed doet, wie goed ontmoet. Religie of trauma’s uit het verleden, kunnen invloed hebben op het gevoel van eigen verantwoordelijkheid. Iedereen heeft zijn eigen geschiedenis en levensvisie. Iemands referentiekader kan vraagtekens zetten bij de maakbaarheid van geluk.

En de rol van de persoonlijkheid?
Patiënten hebben me weleens gezegd: “jij hebt het.” De vraag is dan wat het is? Interesse, daar draait het volgens mij om. Ik ben oprecht geïnteresseerd in de persoon achter de patiënt. Daarnaast ben ik zelfstandig en enthousiast.

Speelt privé een rol in werk?
Bij sommige collega’s en familieleden is dit het geval. Voor mezelf geldt dit echter niet. Positieve of negatieve gebeurtenissen in mijn privé hebben (tot op heden) geen impact op mijn geluk in werk.

Bepalend moment
Een proefcollege over orgaandonatie, maakte me bewuster van de wereld om me heen. Als iemand bijvoorbeeld door een ongeluk in coma raakt, hersendood is of niet meer reageert, wanneer en wie bepaalt dan dat iemand overlijdt en zijn organen ter donatie afstaat? Dit is zo complex, daar had ik eerder niet zo bewust bij stil gestaan. Dit triggerde mij om me in te schrijven voor de Master Zorg, Ethiek en Beleid[1]. Door de vier jaar heen realiseerde ik me steeds meer dat zorg een zeer complex geheel is en wij daar als professionals bewust en goed mee moeten omgaan. Hierdoor ben ik genuanceerder gaan denken.

Plezier
Plezier ontstaat als je actief op zoek gaat naar de dingen die je leuk vindt. Dit doe ik zowel in privé als in werk. Soms gaat dit samen, bijvoorbeeld door het lezen van een boek. De kennis die ik dan op doe, maakt me enthousiast om het in de werkpraktijk toe te passen. Ik laat me niet snel tegenhouden, zie niet snel beren op de weg. Natuurlijk kan ik iets wel spannend vinden, maar dat weerhoudt me niet om ondernemend te zijn. Je kunt een hele lijst met dingen bedenken waarom je iets niet moet doen. Veel interessanter is te kijken naar die ene reden om het wel te doen.

Opgaan in werk
Dit gebeurt wanneer ik een nuttige bijdrage kan leveren. Als iets gewaardeerd wordt. Dat kan zijn bij het leiden van een vergadering, of het voeren van een slecht nieuws gesprek met een patiënt. In het eerste geval zorgt mijn enthousiasme ervoor dat ik iedereen meekrijg en daardoor dingen voor elkaar krijg. Voorbeeldgedrag is hierin essentieel. In het tweede geval gaat het om ambitieus zijn. De lat zo hoog mogelijk willen leggen voor optimale patiëntenzorg. Alles komt terug tot de dingen goed willen doen.

Waarom sta je iedere morgen op?
Werk krijgt voor mij betekenis wanneer de patiënt erkend wordt. Dit is belangrijk omdat mensen er toe doen. Mensen zijn al ziek genoeg, kwetsbaar, hebben al genoeg ellende. Zorg is meer dan die prik en die pillen. Je hebt zoveel invloed op het feit dat iemand zich goed of slecht voelt, zich gehoord of niet gehoord voelt. Daar hebben jij en ik invloed op. Die invloed moet je goed gebruiken. Die moet je niet misbruiken. Soms denk ik dat we ons als verpleegkundigen niet realiseren hoeveel invloed we hebben op hoe de patiënt zich voelt. Die invloed daar wil ik voor strijden, zowel aan bed bij de patiënt als aan tafel bij de Raad van Bestuur.

Hoe belangrijk zijn werkrelaties?
Heel belangrijk. Ik heb in mijn jeugd een periode van eenzaamheid gekend. Geen vrienden of vriendinnen hebben, is verschrikkelijk. Vanuit die periode heb ik geleerd dat je niet alleen hoeft te zijn. Ook hier heb je zelf invloed op. Zoek de mensen op waar je een klik mee hebt. Dit heeft me in het OLVG een rijk netwerk aan contacten opgeleverd. Zij geven me dagelijks het gevoel dat ik gewaardeerd word.

Presteren
Ik wil goed worden. Eerst wilde ik een hele goede verpleegkundige worden. Nu wil ik een hele goede leidinggevende worden. Als je ergens goed in wilt worden, dan moet je er meer van weten. Omdat ik mijn werk leuk vind, verdiep ik me graag.

Wat is je advies aan collega-verpleegkundigen?
Het is misschien een cliché, maar doe wat je leuk vindt. Als je het werk leuk en interessant vind, ga je je vanzelf verdiepen (zelfs in je vrije tijd!). Dat werkt stimulerend voor jezelf en voor anderen. Natuurlijk is niet alles in je werk leuk, zolang je enthousiasme maar overheerst. Je hebt meer invloed op je eigen werk dan je denkt!

[1] Zie http://www.uvh.nl/organisatie/over-de-universiteit/zorgethiek

De florerende politicus: Kees van der Staaij

Standaard

Kees van der Staaij“De goede dingen versterken en de verkeerde dingen tegengaan. Dat vind ik een prachtige uitdaging en opdracht.”

Kees van der Staaij (45 jaar)
Fractievoorzitter Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP)
Gelukscijfer in werk: 8,5

In het eerste functioneringsgesprek bij zijn vorige werkgever (Raad van State) kreeg Kees van der Staaij een uitdagende opmerking van zijn chef. “Kees, het gaat heel goed met jou. Ik ben benieuwd of het goed blijft gaan, inzakt, of hetzelfde niveau blijft.” Inmiddels mogen we concluderen dat het goed is blijven gaan met Kees van der Staaij. Vorig jaar werd hij uitgeroepen tot het effectiefste Tweede Kamerlid. Hij loodste 7 (van de 8) amendementen en 21 (van de 28) moties door de Kamer. Ook dit jaar floreert hij in zijn werk als constructief en positief ingesteld fractievoorzitter van de SGP. Wat maakt hem precies tot een florerend politicus?

Wat verstaat u onder gelukkig werken?
Gelukkig werken betekent voor mij dat je met plezier werkt. Dat het werk aansluit bij wat je goed, fijn en nuttig vindt. Daarnaast is het belangrijk dat het werk er toe doet.

Is gelukkig werken maakbaar?
Ik heb hier in de Tweede Kamer meegemaakt dat iemand als Kamerlid niet uit de verf kwam, maar als minister geweldig was. Of juist andersom. De omgeving kan een remmende, frustrerende of stimulerende werking hebben. Sommige mensen worden onvoldoende uitgedaagd. Er zijn ook mensen die boven hun macht werken. Het is dus zoeken naar een plek waar uitdagingen en kwaliteiten elkaar ontmoeten. Ik vond het ook lastig om mijn draai te vinden in de Tweede Kamer. Het was echt zoeken. De politiek vergde andere kwaliteiten dan dat ik had ontwikkeld bij mijn baan bij de Raad van State.

Welke rol speelt de persoonlijkheid?
Voor gelukkig werken merk ik dat betrouwbaarheid belangrijk is. Als je staat voor wat je zegt, maakt dat de samenwerking met anderen veel plezieriger. Anderen zullen ook weer positiever op jou reageren. Ik streef naar onderling vertrouwen. Daar bloeien mensen eerder van op, dan wanneer je vanuit wantrouwen elkaar bejegent. Daarnaast heb ik met openheid en een goede communicatie, veel streken niet nodig. “Probeer het met de waarheid”, vind ik een mooie strategie.

Hoe belangrijk is de privésituatie?
Ik kan alleen maar floreren in mijn werk, als mijn privésituatie ook op orde is, plezierig is, goed loopt. Ik heb een volle agenda. Er komt soms geen einde aan de verzoeken. Het is cruciaal om een goede afstemming met het thuisfront te hebben over de keuzes die ik hierin maak.

Is er een bepalend moment geweest in uw loopbaan?
Eigenlijk niet. Het is opvallend dat mijn politieke loopbaan weinig mijn eigen keuze is geweest. Het is door de omstandigheden zo gegaan. Dat past ook goed bij mij. Ik heb nooit met een blauwdruk gewerkt van dit wil ik bereiken. Daar ben ik altijd een beetje huiverig voor geweest. Het krampachtig najagen van doelen, kan je ongelukkig maken wanneer je ze niet bereikt. Dat heeft ook met mijn geloofsovertuiging te maken. Ik geloof dat God mijn leven leidt. Ik kijk wat er op mijn weg komt en welke kansen zich aandienen.

En de eigen verantwoordelijk dan?
Die is heel belangrijk. Ga niet op de bank zitten wachten tot wat er op jouw pad komt. Als mensen wat actiever hun ambities formuleren, dan zou ik dat zeker niet willen afhouden. Daar was ik achteraf gezien misschien wel iets te aarzelend in. Waarom niet een stip op de horizon hebben? Als het maar geen krampachtige blauwdruk wordt.

Belangrijke personen
Een plant moet af en toe water krijgen om te kunnen groeien. Je kunt jezelf geen water geven. De mensen die je op je weg ontmoet, kunnen een enorme stimulans zijn. De directeur van het wetenschappelijk bureau van de SGP, was zo iemand voor mij. Hij gaf mij het gevoel dat mijn inzet er toe deed. Hij zag wat in mij. Andersom probeer ik dat nu ook tegen anderen te zeggen. Ik benoem de talenten en positieve kanten van de mensen om me heen. Hierdoor kunnen zij ook weer een stap vooruit zetten.

Positieve emoties
Zowel in de privésituatie als op het werk, spelen positieve emoties een belangrijke rol. Ik geniet van het moment waarop dingen goed gaan. Het is zeker niet zo dat ik nu alleen maar bezig ben met hard werken en de leuke dingen uitstel voor later. Zo ga ik binnenkort met mijn dochter naar Lissabon voor haar 10de verjaardag. In het werk staan we ook stil bij successen. Bijvoorbeeld wanneer we een motie voor elkaar krijgen, waar we veel energie in hebben gestopt.

Flow
Dit zijn momenten waarop je een topprestatie moet leveren. Ik kan vooraf tegen bepaalde situaties op zien, maar als dit goed loopt krijg ik er ook weer energie van. Het kost veel energie, maar geeft ook veel energie. Een debat op televisie met Sven Kockelmann is hier een mooi voorbeeld van. Een combinatie van debatteren (iets dat mij ligt) en een goede voorbereiding, zorgt ervoor dat ik in mijn flow kom. Ik geef mezelf een hoger cijfer voor een pittig debat, dan voor een speech van twintig minuten. De interactie zorgt ervoor dat ik gemakkelijker kan floreren.

Positieve werkrelaties
Er zijn maar weinig dingen een puur individuele prestatie. Je doet het samen. Dit betekent ieders kwaliteiten benutten, oprechte aandacht tonen voor individuele omstandigheden en investeren in ontspanning. Je wordt gelukkiger als je niet denkt: “hoe kan ik maximaal gelukkiger worden.” Dan ontglipt het je juist. Als je probeert de ander gelukkig te maken, dan krijg je er juist veel meer voor terug.

Succes
Prestaties ontstaan door hard te werken. Het is sporten, veel trainen, je best doen. Het succes komt me niet aanwaaien. Een mooi voorbeeld hiervan is onze bijdrage aan het herfstakkoord. Hier hebben we ontzettend veel energie in gestopt, onze punten bepaald en daarvoor geknokt.

En tegenslag?
Basisacceptatie, daar gaat het om. Het is allemaal niet maakbaar. Er komen hier mensen binnen die in twee jaar de wereld willen verbeteren. Dan vraag ik me af of dit niet tot een snelle burn-out leidt. Dus stel je doelen reëel, calculeer tegenslag in en leer hiervan in plaats van te mopperen.

Waarvoor staat u op elke ochtend?
De goede dingen versterken en de verkeerde dingen tegengaan. Dat vind ik een prachtige uitdaging en opdracht. Er is veel rottigheid en ellende op deze wereld. Hoe kunnen we dit zoveel mogelijk indammen? Daarnaast probeer ik vanuit mijn rol, de goede en mooie dingen tussen mensen een zetje te geven. In beide gevallen realiseer ik me dat de wereld volgende week geen paradijs wordt. Het zijn de kleine stapjes die me vreugde geven.

Advies
Probeer het werk te vinden dat bij jou past, stel reële doelen en investeer in goede verhoudingen met anderen.

Positieve psychologie staat op schouders van reuzen: Viktor Frankl

Standaard

franklpicDe positieve psychologie bouwt voort op inzichten van grote filosofische denkers zoals Aristoteles, humanistische psychologen als Maslow en Rogers, inspirerende leiders als Gandhi en Mandela, indrukwekkende praktijkvoorbeelden als Frankl en religies als het boeddhisme. In deze blogpost blik ik terug op het leven en werk van de Joodse neuroloog en psychiater Viktor Frankl (1905–1997). Hij is één van de belangrijkste inspiratiebronnen voor de groeibewegingen in de psychologie: de humanistische psychologie en later de positieve psychologie.

De poorten van Auschwitz
Stel, je werkt jaren aan een levenswerk. Een boek waarin je jouw kijk op de wereld uiteenzet. Wat zou je doen als al dit werk binnen een paar seconden wordt vernietigd? Dit overkwam de toen 37-jarige Viktor Frankl aan de poorten van Auschwitz. Kampbewakers gooiden het manuscript van Frankls boek, dat hij onder zijn arm het concentratiekamp in probeerde te smokkelen, voor zijn ogen op de brandstapel. Gezien de lugubere omstandigheden van een concentratiekamp, zou dit bij velen leiden tot complete wanhoop.

Een hard laboratorium
Het was juist deze gebeurtenis die Viktor Frankl in leven hield. Vanaf het moment dat zijn manuscript in vlammen opging, haalde hij betekenis uit zijn lijden: het boek herschrijven en het hoofdstuk over zijn kampervaringen eraan toevoegen. Zijn filosofie (betekenis uit lijden halen) had hij voor de oorlog beschreven. Vanaf nu ging zijn werk een nieuwe fase in: de harde laboratorium setting van een concentratiekamp. Hier kregen zijn hoofdideeën empirische bevestiging.

De zin van het bestaan
Het viel Frankl op dat mede-gevangenen die een reden tot leven hadden (bijv. een boek schrijven, kinderen zien opgroeien, herenigd worden met een geliefde), de afschuwelijke omstandigheden van het concentratiekamp beter verdroegen en zodoende een grotere overlevingskans hadden. Frankl werd zelf ook een ervaringsdeskundige van zijn eigen theorie. Ondanks de verschrikkingen die hij in het kamp meemaakte, bleef Frankl georiënteerd op de toekomst, op de vrijheid, op de betekenis, de zin en het doel dat hij aan zijn leven zou geven. Het leven verwachtte wat van hem, in plaats van andersom. Hij was vastberaden iets voor de wereld te doen, in plaats van te wachten tot het noodlot werd uitgesproken. En zo greep hij ieder vrij moment in het concentratiekamp aan om op elk vodje papier dat hij kon vinden zijn boek te herschrijven. Inmiddels is zijn boek ‘De zin van het bestaan’ een wereldwijde bestseller.

Mentale vrijheid
Hoe reageren wij op een onveranderbare situatie? We hebben, volgens Frankl, te allen tijde de mentale vrijheid om onze houding ten aanzien van een situatie te kiezen. Ieder mens krijgt in zijn leven te maken met tegenspoed. Of zoals Daniel Lohues zingt: Elk Mens die Hef zich ’n Kruus te Dragen. Maar tragedie kan veranderen in een persoonlijke triomf, in een prestatie, in een prikkel om in actie te komen. De wijze waarop ieder mens zijn kruis draagt, zijn lijden aanvaardt, maakt hem slachtoffer of persoonlijk leider van zijn situatie.

Positieve psychologie
De ideeën van Frankl leven voort in de positieve psychologie. Het doel van deze nieuwe stroming, is om meer mensen te laten floreren op diverse levensterreinen. Een belangrijk element van floreren, is het ervaren van zingeving. In essentie gaat hierbij om het vinden van een doel, want zoals Nietzsche zei: “Hij die een reden tot leven heeft, kan vrijwel alle levensomstandigheden verduren.”

 Over Erwin Klappe
Erwin Klappe werkt als arbeids- en organisatiepsycholoog in één van grootste topklinische opleidingsziekenhuizen (STZ) van Nederland. Hier brengt hij de inzichten van de positieve psychologie vanuit de wetenschap naar de werkpraktijk van medisch personeel. Hierover is recentelijk een artikel verschenen in het Tijdschrift voor Ontwikkeling in Organisaties (TvOO).

Is een bevlogen medewerker ook een gelukkige medewerker?

Standaard

Kan een medewerker wel bevlogen, maar niet gelukkig in werk zijn? Of zijn er medewerkers die juist wel gelukkig, maar niet bevlogen zijn? Of is een bevlogen medewerker per definitie een gelukkige medewerker? De opkomst van de positieve psychologie brengt nieuwe termen én daardoor nieuw vragen met zich mee. In relatie tot werk, vallen me de begrippen ‘bevlogenheid’ (engagement) en ‘gelukkig werken’ (happiness at work) in het bijzonder op. Betekenen deze termen nu wel of niet hetzelfde?

Wat is gelukkig werken?
Mensen die gelukkig in hun werk zijn ervaren 1) plezier, 2) voldoening en 3) zingeving. Plezier betekent lol hebben in wat je doet. Je geniet regelmatig van je werk. Voldoening ontstaat wanneer je de mogelijkheid hebt om je eigen kwaliteiten in te zetten in je werk. Medewerkers die zingeving in hun werk ervaren, weten goed waarom ze elke ochtend opstaan om te gaan werken. Zij hebben het gevoel een unieke bijdrage te leveren aan een groter geheel (Hamburger & Bergsma, 2011).

Wat is bevlogenheid?
Mensen die bevlogen aan het werk zijn, worden gekenmerkt door 1) vitaliteit, 2) toewijding en 3) absorptie. Er is sprake van vitaliteit wanneer een medewerker over een hoog energieniveau beschikt en mentaal weerbaar is. Een sterke betrokkenheid bij het werk, het gevoel hebben een bijdrage te leveren, enthousiasme en trots vallen onder de noemer toewijding. Tenslotte vertoont een medewerker absorptie, wanneer hij of zij helemaal opgaat in het werk, de tijd voorbij vliegt en men moeite heeft zich van het werk los te maken (Schaufeli & Bakker, 2004).

Verschillende benaderingen
De vraag is nu of bovengenoemde begrippen hetzelfde of iets anders betekenen. Een rondvraag op social media (Twitter en LinkedIn group Happiness at Work) levert me vijf benaderingen op.

Benadering 1: bevlogenheid is werkgerelateerd geluk
In deze benadering zijn bevlogenheid en gelukkig werken synoniemen. Bevlogenheid betekent je gelukkig voelen in de specifieke context van werk.

Benadering 2: bevlogenheid is één element van gelukkig werken
In deze benadering draagt bevlogenheid bij aan gelukkig werken. Zo zijn er naast bevlogenheid nog andere elementen die het construct ‘gelukkig werken’ verklaren: positieve emoties, positieve werkrelaties, zingeving en presteren. Je zou deze benadering kunnen vergelijken met het verklaren van het weer. Er zijn meerdere meetbare elementen die een bijdrage leveren aan het verklaren van het construct ‘weer’: temperatuur, windrichting, windkracht, neerslag, zonkans, etc.

Benadering 3: gelukkig werken is zowel tevredenheid als bevlogenheid.
Gelukkig werken is volgens deze benadering een breder begrip dan bevlogenheid. Het representeert een plezierige emotionele staat. Soms kan dit een passieve toestand zijn, dan spreken we over tevredenheid. Soms betreft dit een actieve toestand, in dat geval spreken we over bevlogenheid. Dit verklaart wellicht waarom slechts 12% van de Nederlandse beroepsbevolking bevlogen is, en maar liefst 71% gelukkig in werk is.

Russell_1

Benadering 4: bevlogenheid geven en gelukkig werken ontvangen
Volgens deze benadering vindt er een onderhandeling plaats. Een organisatie vraagt om bevlogen medewerkers. In ruil daarvoor biedt de organisatie medewerkers geluk in werk.

cartoon

Benadering 5: bevlogenheid als krachtige mediator 
In de laatste benadering plaatsen we de termen geluk en bevlogenheid in het Werkstressoren EnergieBronnen (WEB)-model (zie onderstaand figuur). Een goede balans tussen hulpbronnen (energiegevers) en taakeisen (energievreters) leidt tot bevlogenheid. Bevlogenheid resulteert vervolgens in positieve uitkomsten voor de organisatie (bijv. productiviteitsstijging) en in positieve uitkomsten voor de medewerker: gelukkig werken!

web model

Welke benadering spreekt je het meest aan? Of heb je zelf nog een andere benadering? Ik hoor graag van je. Dit kun je doen door hieronder te reageren.

Over Erwin Klappe
Erwin Klappe werkt als arbeids- en organisatiepsycholoog in één van grootste topklinische opleidingsziekenhuizen (STZ) van Nederland. Hier brengt hij de inzichten van de positieve psychologie vanuit de wetenschap naar de werkpraktijk van medisch personeel. Hierover is recentelijk een artikel verschenen in het Tijdschrift voor Ontwikkeling in Organisaties (TvOO).